Tomas Alfredson

De klassieke duisterromantische vampierfilm herleeft in Let the Right One In. Het Zweedse meesterwerk rond de twaalfjarige Oskar en het vampiermeisje Eli is een ontroerende verhaal over eenzaamheid, puberliefde en bloed op kraakheldere sneeuw. Tomas Alfredson is beslist geen doorsnee horrorregisseur.

Uw eerste horrorfilm is meteen een wereldwijd succes, en dat terwijl u hiervoor vooral jeugdfilms heeft gemaakt en komedies.
‘Klopt. Ik ben er erg door verrast. Wat pas écht griezelig is, is het idee dat je misschien iets belachelijks aan het maken bent. Niets is treuriger dan een lachwekkend slechte horrorfilm. Een ongrappige komedie, misschien. Je zou het niet zeggen, maar dit is een erg technische film, met veel speciale effecten, dus toen ik aan het monteren was zag het er allesbehalve eng uit. Of de film het gewenste effect heeft, weet je eigenlijk pas op het allerlaatste moment.’

Heeft u gekeken naar andere vampierfilms?
‘Nee. Ik liet me inspireren door het boek van John Ajvide Lindqvist. Hij scheef een bijzondere mix tussen sociaal realisme en horror. Het verhaal van die pestkoppen wordt heel onsentimenteel verteld tegen de achtergrond van Zweden in 1982. Ik ben zelf vroeger ook gepest, dus dat greep me erg aan. Dat, en de liefde tussen deze twee kinderen: heel zuiver en onschuldig.’

Kåre Hedebrant en Lina Leandersson maken een indrukwekkend debuut. Hoe heeft u ze gevonden?
‘We hebben een jaar over de casting gedaan. Ik voor hen gekozen… omdat ze de rol eigenlijk niet zo graag wilden. Ze hadden wat weerstand. Het zijn stille, integere kinderen. Lina heeft van zichzelf al die oude vrouw in zich. Een natuurlijke treurigheid. Maar ze speelt dan ook een tweehonderd jaar oude vampier! Mensen zeggen vaak dat het moeilijk is om met kinderen te werken, maar als je ze serieus neemt, dan krijg je zoveel terug. Er gebeurde bijvoorbeeld iets interessants in die scène waarin de pestkoppen Oskar afranselen. Dat was intens. Een van de pestkoppen barsten op de set in huilen uit. Ik probeerde hem gerust te stellen maar hij kon niet meer stoppen. De tranen bleven komen. Toen heb ik het maar zo gelaten. Juist daardoor is het een heel sterke scène geworden, vind ik.

De film ziet er bijzonder uit, met mooie kaders, subtiele camerabewegingen en veel focusverlegging. En het geluid is minstens zo opvallend
Hoyte Van Hoytema (de Zweeds-Nederlandse cameraman) brengt je heel dicht bij die kinderen. Hij moest soms filmen bij het dertig graden onder nul. Het wordt heel stil als er veel sneeuw is gevallen. Je hoort elk geluid. Je hoort ze ademen. In die bedscène kun je zelf horen hoe hun wimpers knipperen! Je bent het niet gewend, ze stoppen tegenwoordig zoveel geluid in films, dus dat was een interessant nieuw terrein om te verkennen. En het geeft zoveel sensualiteit en detail aan de film.

Wat vindt u van de plannen voor een remake door Matt Reeves van Cloverfield?
Eerst was ik gekwetst, nu vind ik het vooral heel treurig dat Amerikaanse distributeurs kennelijk denken dat hun publiek geen Europese films aan kan.

(Ongepubliceerd, 28 maart 2009)

Comments are closed here.