Östlund over Involuntary

Halverwege de Zweedse film Involuntary vraagt een lerares een scholiere aan te wijzen welke van twee getekende lijnen de kortste is. Het meisje wijst de correcte lijn aan, maar toch gniffelt de hele klas dat ze het fout heeft. Dat is afgesproken werk natuurlijk, maar na drie pogingen is het meisje zo onzeker dat ze de lijn aanwijst waarvan ze wéét dat het de verkeerde is.

‘Die test deed mijn moeder vroeger met haar leerlingen,’ vertelt regisseur Ruben Östlund tijdens het International Film Festival in Rotterdam. ‘Hij is ontwikkeld door Salomon Ash die veel onderzoek deed naar groepsgedrag. Het meisje in de scène, wist écht niet wat er ging gebeuren. Iedereen zat in het complot, de filmcrew en de klas, behalve zij. We hebben de test met tien mensen gedaan. Zes van de tien wezen op den duur de verkeerde lijn aan. We zijn zó bang om gezichtsverlies te lijden.’

En dus passen we ons onwillekeurig aan?
‘De titel, dat is eigenlijk een vraag. Neem het verhaal in de film over dat reüniefeestje. Dat is gebaseerd op mijn eigen vriendengroep. Wat binnen zo’n heel hechte club normaal is, zoals dat seksuele gedrag, is voor de buitenwereld raar. Toch denk ik dat mensen dat heel bewust opzoeken. Hoe extremer het groepsgedrag, hoe hechter de vriendschap voelt.’

Je hebt een opvallende stijl met veel lange statische shots en bijzondere camerastandpunten. In de openingsscène zie je zelfs alleen maar benen.
‘Dat is omdat ik me in de bioscoop zo vaak verveel! Je weet meestal meteen waar de regisseur wil dat je kijkt. Mijn mooiste filmherinneringen zijn juist aan die films waaraan ik actief moest deelnemen. Je moet je eigen beelden creëren. De andere reden is dat het me gaat om de omstandigheden waarop we reageren. De hoofden eraf, maakt de personages onpersoonlijker. De manier waarop de lichamen zich bewegen, de afstand tot de ander: dat vind ik interessant. Niet de individuele psychologie. Iedereen kan in zo’n situatie belanden.’

Het gekke is dat de mensen die wél tegen de groepdruk ingaan, zoals die lerares, me op den duur gingen irriteren.
‘Precies! Zo werkt het. Dat is de complexiteit van het groepsdier zijn. Je denkt niet: wat een held. Je denkt: wat een irritant mens. Ook dat is een herinnering aan mijn moeder. Die scène waarin ze vraagt of mensen haar kunnen aankijken als ze tegen haar praten. Ik herinner me dat ik als kind haar dat hoorde zeggen. En hoe akelig stil het toen werd…’

Geschreven voor Filmvalley, maar uiteindelijk niet gepubliceerd. Februari 2009

Comments are closed here.