Disgrace

Ook in de verfilming blijft J.M. Coetzee’s roman Disgrace een fascinerende bespiegeling over Zuid-Afrika, vernedering en waardigheid.

John Malkovich kan personages neerzetten waaraan men zich echt met volle overgave kan irriteren. David Lurie bijvoorbeeld, de hoofdpersoon in Disgrace, is een hooghartige literaire snob, een racist bovendien, en een vent die op jonge studentes aast. De literatuurdocent uit Kaapstad houdt eigenlijk meer van de dichter Byron dan van mensen. Malkovich, met zijn lispel en maniertjes, brengt het helemaal over. Des te fascinerender dus, dat regisseur Steve Jacobs het zo weet te spelen dat de kijker zich niet meteen voor Lurie afsluit. De introductie van Lurie als onsympathieke figuur past eigenlijk precies bij deze knappe film vol moreel drijfzand.

J.M. Coetzee publiceerde zijn roman in 1999 en schetste daarin een donker en verwarrende beeld van Zuid-Afrika sinds de afschaffing van de Apartheid. De film volgt het boek trouw. Na een affaire met een van zijn studentes valt Lurie in ongenade. De universiteit vraagt hem ontslag te nemen. Lurie vertrekt naar het platteland om er bij zijn lesbische dochter Lucy (een mooie rol van debutante Jessica Haines) te gaan wonen. Zij verkoopt groente en bloemen op de markt, houdt een hondenkennel en – oh gruwel! – leest Charles Dickens. Nog meer geschokt is Lurie wanneer hij Petrus (Erig Ebouaney) ontmoet. De zwarte buurman heeft een stuk land van Lucy gekocht, bouwt daar een nieuw huis en is in alles haar gelijke. Hij drukt Lurie met de neus op de feiten: in het nieuwe Zuid-Afrika gaat het deze zwarte man beter af dan Lucy of Lurie. De vernedering wordt nog sterker voelbaar wanneer drie jonge Afrikanen de boerderij overvallen. Ze sluiten Lurie op in het toilet, vermoorden de honden en verkrachten Lucy. Maar Lucy doet geen aangifte. In plaats daarvan accepteert ze een bijzonder voorstel van Petrus.

Malkovich en Haines zijn ontroerend, maar ingehouden. Disgrace gaat ook niet alleen over persoonlijk drama. Het is een verhandeling over seks, macht, ras en de morele dilemma’s waarvoor het nieuwe Zuid-Afrika de hoofdpersonen plaats. Sinds de publicatie van Coetzee’s boek is er veel gedebatteerd over de vraag waarom Lucy geen aangifte doet. Ook de film laat interpretatiemogelijkheden open. Is het passieve woede over een zedeloze vader? Is de keuze die Lucy uiteindelijk maakt, in deze veranderde samenleving de meest rationele? Doet ze boete voor haar ras en de jaren van Apartheid? ‘Yes I agree,’ zegt Lucy, ‘its humiliating but perhaps it’s a good point to start from again. No cards, no weapons, no property, no rights, no dignity.’
‘Like a dog
,’ constateert Lurie.

Honden vormen een terugkerend motief in Disgrace, en niet alleen als symbool van nederigheid. Eerder gebruikte Lurie het dier als metafoor om zijn seksuele honger te verklaren. Tegen het eind van de film bewijst de dood van een hond dat zelfs de arrogante Lurie is veranderd. Disgrace zit vol symbolen, zie ook het alles zeggende slotbeeld, maar dringt ze niet op. Het voegt alleen maar toe aan een toch al prachtig gebalanceerde en bewonderenswaardig literaire film. Liefhebbers van Coetzee kunnen gelukkig zijn.

Gepubliceerd in Filmkrant 399, juni 2009

Comments are closed here.